Jan en Reinanda Haverkamp
Wisselseweg 7
8162 RM EPE
T (0578) 61 12 10


 

  Hier is de pony nog hengst, net voor de castratie.

 

De hengst is onder narcose gebracht en wordt bovendien plaatselijk verdoofd.

 

Het operatie gebied wordt grondig gewassen.

 

De eerste snede.

 

De zaadstreng met daaromheen de tunica vaginalis wordt met een speciale tang eerst gekneusd en daarna afgebonden.

 

Tenslotte wordt de zaadstreng met de tunica vaginalis doorgeknipt onder de plek waar hij is afgebonden.



De wond is gesloten en ontsmet.

 

 

 

Anatomie

Uitstulping van het buikvlies (A), de zogenaamde tunica vaginalis. Buikwand (B), Huid (C), Scrotum (de balzak) (D) Tunica Vaginalis (E), die door onderhuids bindweefsel direct verbonden is met de huid van het scrotum. Bijbal (F), waarin de zaadcellen opgeslagen worden en verder rijpen. Zaad- of teelbal (G), waarin de zaadcellen en het testosteron gemaakt worden, Zaadstreng (H)

Doorsnede balzak

Tekst en foto’s: M. Merks
Met dank aan H. Nagel



Castratie van een hengst

 Lang niet alle hengsten worden ingezet voor de fokkerij, het merendeel wordt gebruikt onder het zadel of voor de wagen. En dan is hengstengedrag, veroorzaakt door het mannelijk geslachtshormoon testosteron dat wordt geproduceerd in de testikels, alleen maar lastig. Ook het samen weiden van merries en hengsten zorgt voor problemen. Daarom worden de meeste hengsten gecastreerd.


Op welk moment je een hengst het beste kunt laten castreren hangt af van verschillende factoren. Wordt een veulen gecastreerd als hij pas enkele maanden oud is dan zal hij waarschijnlijk snel herstellen, maar de kans is groot dat hij altijd wat slungelig zal blijven. Blijft hij langer hengst, bijvoorbeeld tot hij drie of vier jaar oud is, dan zal hij veel meer hals en een zwaardere bespiering ontwikkelen. Het merendeel van de hengsten wordt gecastreerd op één of twee jarige leeftijd. Doorgaans is het voorjaar de beste tijd voor de castratie. Dan zijn er nog niet zoveel insecten en er is volop gras, zodat de pony in een schone omgeving van de operatie kan herstellen. Voor de castratie wordt de hengst zorgvuldig onderzocht. De dierenarts tast het scrotum en de testikels af en controleert of ze wel allebei zijn ingedaald. Mocht het om een klophengst gaan (één testikel is dan niet ingedaald), dan zal de castratie in een kliniek moeten plaatsvinden. Ook onderzoekt de veterinair de beide liesopeningen, om te controleren of het lieskanaal niet te wijd is en of er sprake is van uitpuilende ingewanden. Is dat inderdaad het geval, dan is de kliniek de enige juiste optie. Indien mogelijk zullen de meeste Shetlandponybezitters ervoor kiezen de hengst thuis te laten castreren. Mochten zich echter onverwacht complicaties voordoen, dan zal de hengst vaak alsnog naar de kliniek moeten. Daar kan de veterinair immers steriel werken, waardoor de kans op een besmetting tijdens de operatie minimaal is. En mocht er tijdens de operatie iets mis gaan, kan er onmiddellijk adequaat worden ingegrepen. Nadeel is dat de hengst voor de operatie uit zijn vertrouwde omgeving wordt gehaald en de trailer op moet, hetgeen altijd enige stress veroorzaakt. Ook is een castratie in een kliniek duurder.

 

Half-bedekte methode
Een thuiscastratie zal doorgaans volgens de half-bedekte methode worden uitgevoerd. Via een snede in de huid van het scrotum, het onderhuidse bindweefsel en in de direct daaronder gelegen tunica vaginalis, een uitstulping van het buikvlies, wordt de gehele testikel naar buiten gehaald.
De huid met het onderhuidse bindweefsel wordt los gemaakt van de tunica vaginalis en naar boven weggeduwd. De zaadstreng met daaromheen de tunica vaginalis wordt met een speciale tang eerst gekneusd en daarna afgebonden. Tenslotte wordt de zaadstreng met de tunica vaginalis doorgeknipt onder de plek waar hij is afgebonden. De andere testikel wordt op dezelfde manier verwijderd. De wonden in het scrotum worden niet gehecht maar open gelaten, zodat het wondvocht goed kan afvloeien. Ze groeien na verloop van tijd vanzelf dicht. Omdat de zaadstreng samen met de daaromheen gelegen tunica vaginalis is afgebonden, bestaat er geen open verbinding meer tussen de buikholte en het scrotum, zodat schadelijke bacteriën niet binnen kunnen dringen. De half-bedekte methode kan het beste worden uitgevoerd bij een paard of pony onder narcose. Het dier ligt dan plat, waardoor de dierenarts snel en veilig kan werken. Een eventuele complicatie kan efficiënt worden opgelost.


De onbedekte methode
Castreurs werken meestal volgens de onbedekte methode, waarbij de hengst staande en onder plaatselijke verdoving wordt gecastreerd. Via een snede in het scrotum wordt de testikel naar buiten gehaald, waarna de zaadstreng wordt gekneusd, afgebonden en doorgeknipt. De zaadstreng is bij deze manier dus niet omgeven door de tunica vaginalis. De wonden in het scrotum worden open gelaten.
De onbedekte methode is sneller dan de half-bedekte methode en aanmerkelijk goedkoper. Bovendien loop je geen risico met de narcose en het neerleggen en weer opstaan van de patiënt. Maar: de kans op complicaties is wel veel groter! Omdat het lieskanaal nog open is, kunnen er bacteriën in de buikholte komen, met een gevaarlijke buikvliesontsteking als gevolg. Bovendien gebeurt het soms dat de darmen via het lieskanaal en de nog open wond in het scrotum naar buiten komen. Wanneer in dat geval niet heel snel deskundig wordt ingegrepen, is dit fataal voor het dier. Uit veiligheidsoverwegingen kiezen de meeste eigenaren en dierenartsen daarom toch voor de halfbedekte methode.

 

Kliniek
Ook in een paardenkliniek gebruikt men vaak de half-bedekte methode, maar omdat de veterinair daar steriel kan werken kiest men daar ook vaak voor de gesloten castratie. Bij deze methode worden de operatiewonden dichtgehecht. Voordeel is dat de wonden dan meestal sneller genezen. Er zijn ook klinieken waar u het paard laparoscopisch kunt laten ruinen. Via enkele dunne buisjes brengt de chirurg dan operatie-instrumenten, een lampje en een camera door de buikwand heen in de buikholte. Met behulp van camerabeelden wordt het paard of de pony inwendig geopereerd. De chirurg bindt de bloedvaten in de zaadstreng af en knipt vervolgens de zaadstreng door. Daardoor krijgen de testikels geen bloed meer en verschrompelen. De testikels blijven aanwezig, maar de hengst wordt wel een echte ruin.Bij een laparoscopische castratie blijft de patiënt staan. Hij wordt niet onder narcose gebracht, maar alleen gesedeerd. Op de plaatsen waar het instrumentarium door de buikwand heen wordt gestoken, wordt de huid plaatselijk verdoofd. Het dier heeft van een laparoscopische castratie doorgaans weinig te lijden en herstelt snel. De kans op complicaties is erg klein. Toch is ook deze methode niet zaligmakend. In ongeveer 5% van de gevallen blijven één of beide testikels geslachtshormoon produceren, waardoor het dier hengstengedrag blijft vertonen. Daarom wordt één week na de operatie het testosterongehalte in het bloed bepaald. Als dat te hoog blijft, moeten de beide testikels alsnog operatief verwijderd worden.

 

Nazorg
Een pas gecastreerde ruin heeft extra zorg nodig. Zo zal een pony die onder volledige narcose geweest is enige tijd nodig hebben om weer stevig op de benen te staan. Een rustige plek (zonder soortgenoten) in een schone box of weide waar het dier zich niet kan bezeren is een must. De patiënt krijgt de eerste dagen antibioticum toegediend en er moet natuurlijk wondcontrole plaatsvinden.
Lichte beweging door middel van afstappen of weidegang (een paddock met zand is minder geschikt in verband met vuil dat in de verse wond kan komen) helpt wondzwelling te voorkomen. Als alles goed verloopt zal het dier snel van de operatie herstellen en na enkele dagen alweer lichte arbeid kunnen verrichten.



  

 Complicaties

Zwelling van het scrotum en de koker is de meest voorkomende maar gelukkig ook de minst ernstige complicatie en kan meestal worden voorkomen door de pony na de castratie voldoende beweging te geven. Het regelmatig afspuiten van het scrotum is niet nodig, tenzij het erg dik wordt. In dat geval kunt u het beste de dierenarts waarschuwen. Meestal zijn dan één of beide wonden in het scrotum te vroeg dichtgegaan. De dierenarts zal ze weer open maken, waarna de zwelling doorgaans snel wegtrekt.

Als er door besmetting met bacteriën een ontsteking in het scrotum ontstaat, blijft dat zeer dik. Er komt pus uit één of beide operatiewonden en de pony kan er ook ziek van zijn. De besmetting kan tijdens, maar ook na de castratie plaatsvinden, zolang de wonden nog niet geheel gesloten zijn. Behandeling door een veterinair is dan nodig.
Soms ontsteekt na de castratie de stomp van de zaadstreng. Ook dan komt er pus uit één of beide castratiewonden. Indien een antibioticabehandeling niet helpt is een tweede operatie nodig, waarbij de zaadstrengstomp met al het ontstoken weefsel verwijderd wordt.
Soms druppelt er nog een tijdje bloed uit de incisie of uit het onderhuidse bindweefsel. Dat is niet erg, dergelijke kleine bloedingen stoppen vanzelf. Wanneer het bloed echter in een straaltje uit de wond loopt, moet u voor verdere behandeling zo snel mogelijk met de pony naar een kliniek.
In een enkel geval komen na de castratie de darmen via de wond naar buiten. Er dient dan met de grootst mogelijke spoed gehandeld worden, anders zal de pony overlijden. Het dier moet door een dierenarts worden behandeld en vervolgens zo snel mogelijk naar een kliniek gebracht worden. Soms komt er geen darm maar een soort vlies (omentum) uit de wond. Dat is gelukkig minder ernstig, maar ook dan moet de dierenarts direct gewaarschuwd worden.
Mannelijk gedrag na castratie kan komen doordat één of beide testikels niet helemaal zijn verwijderd. Als er testikelweefsel is achtergebleven, blijft dat mannelijk geslachtshormoon produceren. Dit hormoon is gemakkelijk in het bloed aan te tonen.
Maar let op: sommige, met name oudere hengsten, blijven ook als ze geen geslachtshormoon meer produceren hengstengedrag vertonen.

Powered by: Unifact B.V.