Jan en Reinanda Haverkamp
Wisselseweg 7
8162 RM EPE
T (0578) 61 12 10


Een prettiger leven door het juiste voer

 

“Paarden hebben aanwijsbaar een prettiger leven als ze op de juiste manier worden gevoerd. Ze zijn erop gebouwd om zo’n 75 procent van hun tijd, dag en nacht, laagwaardig ruwvoer te vergaren. Ook ’s nachts, want een paard heeft niet zo’n zelfde slaapritme als wij, al wordt dat wel vaak gedacht. Een paard hoort van nature bijna constant te knabbelen en te kauwen. Daar is zijn hele lichaam en zijn brein op ingesteld. Voeding heeft dus een enorme invloed op het gedrag van een paard”, zegt gedragswetenschapper Dr. Machteld van Dierendonck”

Zuurgraad
Kauwen is uiterst belangrijk voor een paard. Het is de enige manier voor hem om speeksel aan te maken. Dat heeft hij nodig om de zuurgraad van z’n maag mee op peil te houden. Zonder speeksel wordt het maagsap zo zuur dat een deel van de maagwand aangetast kan raken en er zweren ontstaan. Kauwen is voor een paard ook een anti-stress methode. Bovendien vermoeden wetenschappers dat een paard niet ophoudt met eten bij een volle maag of na het bereiken van een bepaald suikergehalte, maar na een bepaald aantal kauwbewegingen te hebben gemaakt. Veel kauwen is dus onlosmakelijk verbonden met het gevoel van welbevinden van een paard. En als hij geen ruwvoer tot zijn beschikking heeft, gaat hij een andere manier zoeken om met zijn mond bezig te zijn, wat tot ‘ongewenst’ gedrag kan leiden.
Voor een goede gezondheid is het belangrijk dat het maag-darmkanaal van een paard altijd enige vulling bevat. Welhaast onbeperkt ruwvoer geven is de oplossing, maar voor velen gelijk ook een probleem. Want je wilt natuurlijk geen dik paard. Van Dierendonck: ,”Veel ruwvoer is te rijk van kwaliteit. Voor paarden is langstelig arm ruwvoer beter. Daar zit weinig voedingswaarde in en ze moeten er lang op kauwen. Gedorst hooi, vogeltjeshooi (dat is geoogst na 15 juli als alle vogelnesten zijn uitgebroed), stro of takken van niet giftige bomen is prima. Oud, overjarig hooi kan ook, maar dat moet je wel goed natmaken om schimmelsporen en stof eruit te spoelen.”

Energiebehoefte
Een recreatiepaard redt zich uitstekend op een dieet van goed ruwvoer en wat aanvullende mineralen en vitaminen, bijvoorbeeld in de vorm van een speciale koek. Sportpaarden, drachtige of melkgevende merries en jonge paarden hebben daar niet genoeg aan. Krachtvoer bijgeven is de oplossing, maar daarmee moet je wel voorzichtig zijn. Zomaar iets geven is niet verstandig. Van Dierendonck: ,,Een paard is er niet voor gemaakt om brok te eten, maar ook niet om over hoge hindernissen te springen of zware dressuuroefeningen mee te doen. Toch doen we dat. Dat kan ook wel, maar gebruik je gezonde verstand. Geef krachtvoer, maar niet meer dan nodig is en altijd in combinatie met voldoende ruwvoer, om zijn maag te beschermen. Een paard ruwvoer onthouden is een vorm van dierenmishandeling.”
Teveel krachtvoer maakt een paard dik. Het kauwt makkelijk weg, dus er komt slechts weinig speeksel bij vrij, met risico op een te zure maag. Het is daarom ook beter om bijvoorbeeld een muesli met luzerne te geven, waar een paard meer en langer op moet kauwen.
Grote porties krachtvoer zijn helemaal uit den boze. Een paard heeft een klein maagje, er past slechts twee liter in. ,,Het maag-darmkanaal is niet ingesteld op zulke grote doses energie ineens met relatief weinig vezels. Je kunt dus beter vaker kleine beetjes hoogwaardig krachtvoer geven dan een keer een grote hoeveelheid met een laag energiegehalte.”

 

Het is belangrijk dat je minimaal twee uur, maar liever nog drie uur vóór je gaat rijden het laatste krachtvoer hebt gegeven. Zodra een paard krachtvoer op heeft gaat het lichaam het verteren, waardoor even een glucosepiek in het bloed ontstaat. Deze voedingssuikers worden in de spieren, lever en vetreserves opgeslagen waardoor ongeveer een uur na het voeren een glucosedip ontstaat. We kennen dat zelf ook, het zogenaamde wegtrekkertje nadat je hebt gegeten. Als je op zo’n moment gaat rijden, dan komt je paard snel de ‘man met de hamer’ tegen.”
Olie heeft als eigenschap dat het goed wordt opgenomen door het lichaam. Een paard wordt er niet ‘heet’ van, maar het levert wel veel energie op. Olie heeft echter zuurstof nodig voor de verbranding. Het werkt dus alleen bij duurprestaties, waarbij een paard niet buiten adem raakt. Ook voor dressuurpaarden is olie een prima energieleverancier. Bijkomend voordeel is dat ze er mooi van gaan glanzen.”
Je kunt natuurlijk zelf plantaardige oliën bijgeven, maar dat vergt enige discipline. Je moet nogal wat geven om resultaat te krijgen en de hoeveelheid moet ook dagelijks hetzelfde zijn. Onverzadigde soorten als zonnebloem-, lijn- of tarwekiemolie zijn gezond maar bederven erg snel. Eenmaal ranzig zal geen paard ze willen eten. Bovendien neemt de vitamine E behoefte toe als je olie bijvoert, dus daar moet je ook rekening mee houden. Het is eenvoudiger om een uitgebalanceerd energierijk voer te kiezen, waar alles in de juiste verhouding in zit. Geef niet teveel, verdeeld over meerdere kleine porties per dag en altijd in combinatie met voldoende ruwvoer.

 

Voor een goede gezondheid zijn mineralen en sporenelementen zeer belangrijk. Deze voedingsstoffen moeten niet alleen voldoende aanwezig zijn in het paardenlichaam, maar ook in de juiste verhoudingen. Hoe krijgt een paard de mineralen en sporenelementen binnen die hij of zij nodig heeft? Via ruwvoer en krachtvoer! Kijk daarom niet alleen naar het krachtvoer als het over de mineralenvoorziening gaat maar ook naar het ruwvoer.

Mineralen en vitaminen zijn bouwstenen van botten, spieren en de werking van organen. Maar een te hoog mineraalgehalte kan leiden tot vergiftigingsverschijnselen. Uit onderzoek is gebleken dat een behoorlijk aantal paarden problemen heeft met de mineralenhuishouding. Daarom heeft de Gezondheidsdienst voor Dieren (de GD) een speciale bloedtest ontwikkeld, waarmee uw deze mineralenstatus kunt beoordelen. De test bepaalt de gehaltes van Calcium, Anorganisch Fosfaat, Magnesium, Koper, Zink, Vitamine E en Selenium in het bloed.

Een verstoorde mineralenbalans kan ontstaan door de bemestingstoestand van de bodem. Paardenweilanden worden niet of arm bemest omdat er vaak geen behoefte is aan veel en rijk gras. Maar daardoor verdwijnen ook de belangrijke mineralen uit de bodem. Als van arm land ruwvoer wordt geoogst zit daar ook een laag gehalte mineralen in. Het paard kan ook een stofwisselingsprobleem hebben waardoor hij geen of onvoldoende opneemt uit het voedsel.

Mineralen Check
Wilt u een Mineralen Check laten uitvoeren, dan heeft u een bloedmonster van uw paard nodig. Wat moet u doen:
•    Vraag uw dierenarts een bloedmonster te nemen (voor de test zijn 2 buisjes bloed nodig)
•    Download het formulier Mineralen Check
•    De dierenarts stuurt het bloedmonster samen met het formulier op naar de GD in Deventer.
•    Binnen 10 werkdagen krijgen zowel de dierenarts als u de uitslag van het monster toegestuurd plus een advies.
•    De kosten voor deze test bedragen 42 incl. btw, dit is exclusief de kosten voor de dierenarts. De factuur hiervoor krijgt u rechtstreeks van de GD of via uw dierenarts.

Ruwvoeronderzoek
Het is ook geen slecht idee om zo nu en dan eens een ruwvoeronderzoek te doen. U weet dan wat u voert en of de mineralengehaltes in het ruwvoer in balans zijn. Daarop kunt u uw krachtvoergift afstemmen.

U kunt een ruwvoermonster samen met het bloedmonster opsturen (500 gram oftewel een flinke plastic zak vol).
Voor 119 euro wordt het ruwvoer volledig geanalyseerd inclusief de mineralen calcium, magnesium, koper, zink, fosfaat, ijzer, kobalt, mangaan en selenium. 

 

Kauwen:

1 kg hooi duurt 40 minuten en vraagt 2200-2500 kauwbewegingen; 1 kg muesli duurt 10 minuten en kost 900 kauwbewegingen, 1 kg brokken duurt 10 minuten en vraagt 600 kauwbewegingen. Een paard maakt in het wild ongeveer 40.000 kauwbewegingen per dag. In de stal loopt het aantal bewegingen terug tot de helft, als het dieet bestaat uit 50 procent krachtvoer en 50 procent ruwvoer.

 

Dit artikel is in samenwerking met Pavo tot stand gekomen.



Powered by: Unifact B.V.