Jan en Reinanda Haverkamp
Wisselseweg 7
8162 RM EPE
T (0578) 61 12 10


Mennen op De Groenkamp

 

Mennen, het begin

 

Artikelen over mennen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Wedstrijden rijden

Wedstrijd rijden

 

Op een gegeven moment wil je meedoen aan een wedstrijd. Je kunt vaak via lokale menverenigingen meedoen aan een recreatieve wedstrijd. Daar zit dan een competitie-element in maar je bent nog niet bezig met het behalen van winstpunten.
Wil je officieel wedstrijden gaan rijden dan moet je lid zijn van een menvereniging. Deze vereniging moet aangesloten zijn bij de bond. 
Je kunt dan een startkaart aanvragen. Je hebt per pony een kaart. Onderdeel van de kaart zijn de startcoupons. Als je een goede dressuurwedstrijd rijdt krijg je winstpunten. Na het behalen van een bepaald aantal winstpunten groei je door naar een zwaardere klasse.


Wedstrijdmennen
Je kunt aan wedstrijden deelnemen met een enkelspan, een tandem (twee paarden in tuig achter elkaar voor de wagen), een tweespan en een vierspan.

 

Voorgeschreven kleding bij menwedstrijden
Tijdens menwedstrijden (met name bij de dressuur- en vaardigheidsproef) dragen de heren een donker kostuum met stropdas. Als hoofddeksel dragen ze een bolhoed of een ander model vilthoed. De dames dragen een mantelpak met bij voorkeur een lange rok of een nette blouse en een lange rok. Ook dragen ze een bijpassend hoofddeksel.
Verplicht voor zowel dames als heren zijn de handschoenen en het schootskleed. Het schootskleed behoort strak om de bovenbenen en de knieën van de menner te zitten.
Het moet ervoor zorgen dat de leidsels en de handschoenen geen vlekken maken op het kostuum van de menner. Behalve deze kleding van de deelnemer mag je ook altijd een gewoon ruitertenue of het uniform van zijn vereniging dragen. Tijdens de marathon is een minder officieel tenue toegestaan. Het dragen van een hoofddeksel door deelnemers en groom(s) is echter wel verplicht.
Sommige menners kleden zich op wedstrijden bijzonder smaakvol. Ze proberen vaak de kleuren van hun rijtuig in hun kleding terug te laten komen.

 

Groeten bij menwedstrijden
Om te groeten blijft de menner recht voor de jury stilstaan. De heren nemen met de rechterhand de hoed af en bewegen deze schuin naar achteren. De dames nijgen alleen met het hoofd.
Tijdens het groeten heeft de menner zowel de beide leidsels als de zweep in de linkerhand.

 

Samengestelde menwedstrijd
De samengestelde wedstrijd is ontstaan uit de behoefte van enkele Engelse koetsiers om de traditie van het rijden van oude postkoetsroutes voort te zetten. Het vertrek van de oude postkoetsen vond plaats bij het postkantoor in Londen. De paarden, de rijtuigen en de koetsen werden voor de reis uitvoerig geïnspecteerd, want er mocht onderweg niets gebeuren wat het tijdschema in de war kon brengen. Ook ging er iemand mee die het tijdschema controleerde. De postkoets reed door een gevarieerd landschap. In heuvelachtig terrein ging het bijvoorbeeld langzamer dan op een vlakke weg. Soms kwam men onderweg wegversperringen tegen, zoals een ingestorte brug of een omgewaaide boom. Het kostte uiteraard enige tijd om dergelijke hindernissen te overwinnen. Hierdoor raakten de postkoetsen echter achter op het schema, zodat de koetsiers hun aanspanning in galop moesten zetten om de verloren tijd in te halen. Een koetsier moest dus over allerlei vaardigheden beschikken om zo'n reis goed te volbrengen.
De huidige samengestelde menwedstrijd bestaat uit de onderdelen:
• Dressuur
• Vaardigheidsproef
• Marathon

 

Dressuurproef
De moeilijkheidsgraad van de proef wordt bepaald door het niveau van de hele wedstrijd en staat dus in verhouding tot de graad van africhting van het paard en het niveau van de deelnemer.
Het onderdeel dressuur wordt verreden op een terrein van minimaal 30 x 60 meter voor enkel- en tweespannen, en 40 x 80 meter voor tandems en vierspannen. Een proef duurt ongeveer twaalf minuten. De dressuur is bedoeld om de rust, de regelmaat van de gangen, de harmonie, de drang naar voren van het paard en de vaardigheid en houding van de menner te beoordelen. Elke menproef begint en eindigt met een groet aan de jury. 
Tijdens de dressuurproef is het dragen van handschoenen, hoofddeksel, schootskleed verplicht. Het is ook verplicht dat de menner de zweep in zijn handen heeft.

 

Vaardigheid
Deze wordt meestal direct na de dressuurproef gereden. De vaardigheid wordt dus in hetzelfde tenue gereden als de dressuurproef. 
De vaardigheidsproef dient om de gehoorzaamheid van het paard en het vakmanschap van de menner te toetsen. Het parcours 500 tot 800 meter lang en bestaat uit maximaal 20 poortjes die de deelnemers in een vastgestelde volgorde moeten worden genomen.
Elk poortje bestaat uit twee rubberen of plastic kegels met op elke kegel een bals. Deze bal ligt er zo los op dat hij eraf valt als u ertegenaan rijdt. De afstand tussen de kegels wordt bepaald in overeenstemming met de spoorbreedte van het rijtuig, waaraan 30 tot 60 cm kan worden toegevoegd. Het parcours moet binnen de toegestane tijd worden afgelegd. Is er meer dan één menner binnen de tijd foutloos gebleven, dan wordt er soms een barrage gereden om de eerste plaats. Gebeurt dit niet dan is de regel dat foutloos voor een snellere tijd gaat.
Voor het begin van de proef krijgen de deelnemers de gelegenheid om het parcours te verkennen.

 

Marathon
De marathon is een terreinrit waarbij dressuuronderdelen en hindernissen onder vaak moeilijke omstandigheden moeten worden uitgevoerd. De rit heeft een lengte van ongeveer 25 km en is onderverdeeld in vijf trajecten (A t/m E), waarbij de afstand en snelheid steeds verschillen. In het A-traject is de gang van de paarden vrij, de trajecten C en E moeten in draf worden afgelegd, terwijl voor de trajecten B en D stap is voorgeschreven. In het E-traject bevinden zich zeven hindernissen, die in natuurlijke stijl zijn gebouwd en in het landschap passen. Voor het publiek zijn deze hindernissen het spectaculairst en voor de paarden, de menner en de groom(s) vormen ze het zwaarste onderdeel van de wedstrijd.
De groom(s) zitten achterop de wagen en komen in actie wanneer het span in moeilijkheden komt. Ze zorgen er bovendien voor dat de wagen in de bochten in evenwicht blijft. 
Maar de belangrijkste taak van de groom(s) is in de hindernissen toch het navigeren.

 

Hindernissen in de marathon:
Een hindernis bestaat uit maximaal zes poorten (A t/m F), gemarkeerd met rood en wit band, en voorzien van de betreffende letter. De deelnemer moet de alfabetische volgorde van de poorten aanhouden. Hij moet tussen de witte en rode banden doorrijden en daarbij moet hij de rode band aan de rechterzijde houden. Een deelnemer wordt gediskwalificeerd als hij:
• De maximale tijd van 5 minuten in een hindernis overschrijdt.
• Eén of meer paarden moeten worden uitgespannen.
• Hulp van derden krijgt.
• Een poort in de hindernis van de verkeerde kant neemt.
• Als hij wreed gedrag vertoont.

 

Personen op een rijtuig:
Tijdens de dressuur en de vaardigheid gelden bepaalde regel voor het aantal personen dat op een rijtuig mag zitten.

 

Dressuur en vaardigheid
 Enkelspan, tweespan en tandem:
   één deelnemer
   één groom
 Vierspan
   één deelnemer
   twee grooms

 

Marathon:
 Enkelspan en tandem:
   één deelnemer
   één groom
 Tweespan
   één deelnemer
   één groom
   (twee grooms toegestaan)
 Vierspan
   één deelnemer
   twee grooms


Passagiers zijn niet toegestaan. Neemt een deelnemer ze toch mee, dan zal hij gediskwalificeerd worden.

 


Vereisten en toelichting menproeven
De afmetingen van de rijbaan dienen buiten 60x30 meter te zijn. De letters F, K, M en H dienen 10 meter vanuit de hoek te worden geplaatst.

 

De gangen
Tenzij anders wordt gevraagd, wordt met stap bedoeld de arbeidsstap en met draf de arbeidsdraf. Bij uitstrekken en verkorten van de gangen zal er in de eerste plaats op worden gelet of er duidelijk verschil wordt getoond. De wendingen in draf dienen in verkorte gang te worden gereden. De overgangen zijn progressief in de klassen B en L. Het volgende wordt in de programma's geëist:
• Rustig en vierkant stilstaan en terugzetten
• Vlotte en levendige, doch beheerste gangen, vloeiende overgangen,
goed aan het bit gaan, model leidselvoering (systeem Achenbach) 
en de houding van de menner.

 

Leidselvoering
De leidselvoering binnen het Achenbach-systeem houdt het volgende in: er wordt gereden in uitgangshouding, gebruikshouding of dressuurhouding.

 

Rijtuig
Een vierwielige rijtuig met zwanenhals is in de mendressuurproef gewenst, onderdraaiend voorstuk is bij kampioenschappen verplicht.

 

Jury
De jury neemt plaats op de korte zijde bij C. Bij kampioenschappen zijn er twee juryleden, 1 bij C en 1 bij B.

 


De figuren die gereden kunnen worden 
tijdens een dressuurproef
De gebroken lijn wordt vanuit de hoek gereden. Een gebroken lijn bestaat eigenlijk uit drie wendingen. Dus je moet drie keer wisselend stelling vragen en daarna het paard weer rechtstellen. De pony moet kijken in de richting waarheen het gaat.
De links- en rechtsomkeert loopt (bij een rijbaan van 30x60 m) tot aan de middellijn van A naar C. Je zet een halve kleine volte in bij de hoekletter aan het einde van de lange zijde. Je raakt de hoefslag aan de korte zijde net niet en eindigt deze halve kleine volte bij de G of D (denkbeeldige letter op de A/C lijn). Dan stel je de pony weer recht en rijd je schuin naar de hoefslag een paar meter voorbij de B of E. Vlak voor de hoefslag vraag je flauwtjes weer stelling en op de hoefslag stel je de pony weer recht.
Het halthouden en groeten gebeurt tussen de X en de G. Je moet niet te abrupt stoppen. Het recht rijden over deze lijn is moeilijk omdat je als menner rechts zit, dus naast de middellijn. Bij het groeten neem je de beide leidsels en de zweep in de linkerhand. De man neemt de hoed af en brengt die met gestrekte arm schuin naar beneden. Hij knikt, zet de hoed weer op, neemt de leidsels en de zweep weer correct in handen. De vrouw houdt de hoed op, strekt de rechterarm schuin naar beneden en knikt. De groet met de zweep is afgeschaft.
De middendraf rijden is best moeilijk in het begin. Deze draf mag niet sneller gaan maar moet ruimer gaan. Op de korte zijde drijf je het paard wat op maar vangt de snelheid op met je handen. Vervolgens wend je af, op de diagonaal drijf je weer op en geef dan leidselvrijheid. De pony brengt de neus iets naar voren en verlengt de draf. Als je teveel leidselvrijheid geeft springt hij in galop. 
Afwenden moet altijd vloeiend gaan. Hoeken van 90 graden zijn niet gewenst. Als het hoofd van de pony een paar meter voor de letter is begin je al met afwenden. Je mikt ook een paar meter voor de letter aan de overkant, dan kom je veelal goed uit. 
De volte moet mooi rond zijn, kijk als menner zelf goed in de richting waarin je wilt gaan. Als de pony naar binnenvalt moet je niet te snel wenden maar flauwtjes inzetten.

 

De groom mag de proef vanaf de wagen voorlezen. Aan het einde van de proef krijg je extra punten voor de houding van de menner en voor de houding van het paard. Dus de gangen, de gelijkmatigheid en het voorwaarts gaan. De jury let op een vlot gehoorzaam paard en op het nauwkeurig rijden van de figuren met gehoorzame voorwaartse overgangen. Niet abrupt maar vloeiend. Mocht de jury je na afloop van de proef bij zich roepen dan rijd je zo mogelijk buiten de ring om naar de jurywagen toe. De groom stelt zich op voor het paard en houdt het bij de bakstukken vast (nooit bij de leidsels). De menner blijft op de bok zitten.
De houding van de menner tijdens de proef is rechtop met gesloten knieën. De onderarm gaat in één vloeiende lijn over in de leidsels. Bij de proef houd je de handen netjes bij elkaar. En ook al ben je zenuwachtig kijk toch vrolijk. Dat komt veel beter over dan dat je boos kijkt.

 

Bronvermelding
Tekst gedeeltelijk overgenomen van een artikel van Ilona Mens uit de Mensport Geïllustreerde paarden encyclopedie, Josée Hermsen.

Powered by: Unifact B.V.